Verslag van uitstapje op 12 oktober 2025 naar Amsterdam 750-jaar
Om 10.30 uur waren alle 33 deelnemers aanwezig bij de Steiger van Rederij P. Kooij aan het Rokin in Amsterdam. We werden verwelkomd door onze voorzitter Elly Klap – van Strien. Zij bedankt alumna Amrita Dewkinandan voor het bedenken en organiseren van deze dag.
Rondvaart
De dag begon met een historische rondvaart, die speciaal is samengesteld vanwege het 750-jarig bestaan van Amsterdam. Stefan, onze gids, voorzag eerst iedereen van koffie of thee en gaf tijdens de rondvaart informatie over alle belangrijke gebouwen die we passeerden. Op de tafels stonden Amsterdamse koekjes , koggetjes, Eberhartjes en Weespermoppen. Daarnaast lag er een kaart waarop diverse punten staan waar we langs kwamen en waarover Stefan iets vertelde. De rondvaart duurde 2 uur, zodat een verslag van alle bezienswaardigheden tot een half boek zal leiden. Daarom alleen wat verhalen, die volgens mij, niet zo erg bekend zijn.
Stefan legde uit dat Amsterdam een levende stad is, waarin gebouwen bewaard zijn gebleven, maar waar ook veel gebouwen zijn vervangen, gerestaureerd of afgebroken. Soms tegen wil en dank, zoals bij de bouw van een nieuwe nachtclub aan het Rokin waar een heel pand is ingestort bij de “verbouwing”. Niet alles wat oud lijkt is dat ook werkelijk. Zo is bijv. de Nicolaaskerk aan het eind van de 19de eeuw gebouwd ( 1887 voltooid).
Het grote gebouw van Nemo, ontworpen door Renzo Piano, moest volgens deze architect de entree voor de IJ-tunnel voorstellen, maar wordt algemeen beschouwd als een groot schip. Het heeft een vrij toegankelijk terras waar je een mooi uitzicht hebt over de stad.
Het ontwerp van het Wapen van Amsterdam met de 3 kruisen kent meerdere verhalen. Volgens Stefan is het meest waarschijnlijk dat het als eerbetoon aan de Heilige Drie-eenheid is bedacht door de katholieken, waarvoor Amsterdam in de Middeleeuwen een pelgrimsoord was. De Noorder-, Ooster-, Zuiderkerk en Westerkerk waren juist protestante kerken uit de tijd dat het Katholieke geloof verboden was.
Natuurlijk voeren we over de bekende grachten, Keizers- Heren- en Prinsengracht met ieder hun eigen uitstraling. Kleine smalle huizen vanwege de belasting op het aantal voorramen, Stadspaleizen als uiting van iemands rijkdom en voormalige pakhuizen. Ook de vele soorten gevels (klok-, lijst-, trap- en halsgevels) en de verschillende verlichting bij voordeuren, die daarmee een adres aangaven, werden benoemd.
De Jordaan, was eerst een wijk voor de armen; er woonden120.000 mensen in kleine appartementjes met vaak grote gezinnen. In de jaren 1930-1960 werd de buurt meer gewaardeerd vanwege het gezellige karakter. Dat kwam door de introductie van de geluidsfilm waarin de volkszagers in de Jordaan een rol speelden. Nu wordt het haast een Yuppen wijk, de huizen zijn zeer kostbaar.
Woonboten zijn pas rond 1945 in Amsterdamse grachten gekomen doordat de woningnood toen erg hoog was. Inmiddels liggen er 2800 woonschepen en betaalt iemand er al gauw een miljoen voor om op deze “vrijstaande droom” in de binnenstad te kunnen wonen. Omdat woonboten soms erg verpauperden is er in 2018 een verplichting gekomen om de constructie te onderhouden. Die geldt echter alleen voor mensen die na 2018 een vergunning voor hun woonboot hebben gekregen, dus er lagen best nog veel slecht onderhouden schepen.
Ook voeren we langs de nieuwste grote gebouwen en het IJ-dok. De bibliotheek en het Paleis van Justitie zijn daar gebouwd. Het oude gebouw van Justitie in de binnenstad is nu een (duur) hotel.
Stefan vertelde ook dat de oude fietsenstalling, die is vervangen door een parkeerkelder voor fietsen, nog niet is afgebroken omdat mensen het tot gemeentelijk monument willen benoemen. Hij was het daar duidelijk niet mee eens. Ook het gebouw van de Stopera kon hem niet bekoren, paste niet in het stadsbeeld.
Lunch
Om 12.30 uur meerden we weer af bij het Rokin en liepen naar de Vijzelstraat. Daar werden we erg verwend met een uitgebreide gezellige lunch in restaurant De Bazel.
Lezing “Van kleinschalige nederzetting tot kleurrijke Hoofdstad”
Iets te laat kwamen we bij de lezing van Hanneke van Rooy aan. Zij vertelde eerst kort iets over de geschiedenis van de stad. Ontstaan bij de Amstel in 1275, waar een dam werd gebouwd. Langs de dijk eerst slechts wat lintbebouwing die nu uitgegroeid tot een Wereldstad, o.a. door de handel van VOC en WIC en de vrijheid van godsdienst, waardoor veel Joden uit Portugal naar de stad kwamen.
Aan de hand van schilderijen gingen we verder chronologisch door de geschiedenis. Het was leuk om de gebouwen waar we net langs varen gevaren op de schilderijen terug te zien. Van het schilderij van Geertgen tot St. Jans “Heilige Maatschap” uit 1495 via o.a. Berkheyde, M.I van Bree “De intocht van Napoleon 1811, Coba Ritsema “Liggende vrouw op de bank”, Mondriaan “de Rode boom”, Karel Willink “Mathilde met Fong Leng” tot Frankey’s “Mooie stad hé” uit 2019.
De Dam werd al in 1668 geschilderd door Gerrit Adriaan Berkheyde. Deze schilderde ook “De Gouden bocht”. Ook Breitner schilderde in 1896 De Dam.
Natuurlijk kwamen ook Marten Soolmans en Oopjen Coppit langs. Twee schilderijen van Rembrandt uit 1634 waar hij dit echtpaar ten voeten schilderde en die nu eigendom zijn van Frankrijk en Nederland en beurtelings in het Rijksmuseum of het Louvre hangen.
Hanneke vertelde ook over vrouwen onder de schilders. Zij mochten eerst niet deelnemen aan de gildes of een schildersopleiding volgen, maar toch zijn er prachtige schilderijen gemaakt door “De joffers van Amsterdam”. Rachel Ruysch “Tulpen en bloemen in een glazen vaas” mocht als één van de eersten met haar man samen officieel deelnemen. Theresa Schwartz schilderde in 1879 “Een jonge Italiaanse vrouw met hond Puck” en werd zelfs toegelaten tot de expositie “De Salon”, doordat zij jury leden aanbood een portret van hen te schilderen.
De lievelingsschilder van Hanneke is Breitner, die veel in Amsterdam schilderde. Hij gebruikte de fotografie voor zijn schilderijen. Dat werd toen nog niet zo gewaardeerd, hij deed dat een beetje stiekem. Het betekende wel een wijziging in de kadering van schilderijen. In 1900 schilderde hij een dienstbode in de stad, maar zijn verkoper gaf aan dat een schilderij niet verkoopbaar was als er bedienden opstonden; dat hing men niet boven de haard. De dienstbode werd dus overgeschilderd tot een deftige mevrouw met bontjas en daarna goed verkocht.
Afscheid
Na de lezing konden we in het restaurant nog een glaasje drinken, waarna iedereen na een hele mooie dag huiswaarts ging.
P.S.
Tentoonstelling: In museum More is nu een mooie tentoonstelling van o.a. de kunstige kleding van Fong Leng, die zij voor Mathilde Willink maakte.
In H’Art is de tentoonstelling van Rachel v Haven met grote hedendaagse groepsportretten “Wachters van de Stad”
Verslag: Ellie van Dijck-Schaaij. Foto’s: Rob van Dijck